top of page

Verhalen lezen

Wandeling langs de dijk - 10 - Veerdam

Bron: Jan de Heer

We hebben reeds gelezen dat het motief van de stad Dordrecht was om de rivier te versmallen om de stroomsnelheid te vergroten, waardoor de rivier dieper werd. Dit was nodig voor de toenmalige scheepvaart te bevorderen. We vragen het nog eens aan een wandelaar die in 1653 over de dijk liep. Hij zag vele grondwerkers met manden en kruiwagens vol klei aan het werk toen hij aan het einde van het Bosch kwam.


Een kade werd aangelegd van de dijk naar de zandplaat die toen ongeveer in het midden van de rivier lag. Al spoedig werd deze plaats gebruikt door de veerschepen uit Dordrecht. Maar de veerlieden uit Papendrecht mochten daar geen gebruik van maken. Hoe dit zit is een verhaal apart. In 1672 toen het land bedreigt werd door vier mogendheden werd de dam grotendeels opgeruimd, om de bereikbaarheid van de stad Dordrecht te bemoeilijken. Maar de vijanden kwamen gelukkig niet zo ver en al spoedig werd de dam weer hersteld. Meen nu niet dat de Veerdam er uit zag als nu. Vele malen lag hij bij hoge vloed onderwater. Er konden geen twee wagen elkaar passeren. En zelf in 1900 waren er nog vele klachten over de slechte toestand van de weg. Ook hebben we als gelezen dat de stad Dordrecht eigenaar van de Veerdam was.


Een merkwaardige situatie, onderhoud werd door Papendrecht gedaan, maar bomen en straatlantaarns werden door Dordrecht onderhouden. In de jaren na 1900 werden er steeds stukken grond van Dordrecht gekocht en op 11 april 1968 was pas de gehele Veerdam bezit van Papendrecht. De gehele Veerdam? Nee het laatste stukje waar de uitspanning Panorama op stond bleef in bezit van Dordrecht. Het was dan in 1968 dat dit gedeelte afgegraven werd voor de verbreding van de rivier ten behoeve van de scheepvaart.


Het kan bijna niet anders of op zo’n belangrijk punt naar de stad heeft zich nogal wat afgespeeld. Hierbij moeten toch het Oude Veer, Westeind en Veerdam betrekken. Eens tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten lag in ons dorp het leger van Jacoba van Beieren Jacoba verzamelde zich met haar Hollandse aanhangers aan de Noordkant van de stad op de hoge Papendrechtse dijk boven de rivier de Merwede. Ze werd bijgestaan in Papendrecht door Barthout van Assendelft en mogelijk Willem van Brederode. Haar prille echtgenoot Jan IV van Brabant sloeg het beleg aan de Zuidkant van de stad in de Grote waard op. Hij liet daarbij een blokhuis of verdedigingswerk bouwen voor mogelijke stadsuitbraken vlak bij het dorp De Mijl.


Op Laurentiusdag 's avonds (10 augustus) kwam Jan IV van Brabant na zijn nederlaag aan in Geertruidenberg. Daar zond hij zijn grotendeels overgebleven leger naar huis en na twee dagen trok de hertog met zijn Brabantse lijfleger naar Papendrecht. Daar veranderde hij het tentenkamp in een halve vesting inclusief het blokhuis. Daarna vertrok hij weer en liet het onder leiding van jonkheer Adriaan van Holland, een bastaardzoon van Aalbrecht van Beieren. Begin augustus werd er een aanval gedaan vanuit Dordrecht met vendels, kromstevens en roeijachten onder leiding van Jan van Beieren op het in Papendrecht gelegen leger.


Het kamp werd compleet verwoest en in brand gestoken, waarna Jacoba een groot deel van haar leger kwijt was geraakt. Haar soldaten waren gevlucht, vermoord of gevangengenomen, waarbij Adriaan van Holland ook omgebracht was. Zo zien we in het 1418 het leger in ons dorp rondom het Oude Veer met alle gevolgen en ellende die dat te weeg bracht.


Er is van dit alles maar weinig bekend, maar ieder krijgsgebeuren geeft ellende onder de bevolking. En men zal als inwoners van Papendrecht nauwlettend alle gebeurtenissen gevolgd hebben. De bouw van het blokhuis in de omgeving van het veer naar de stad Dordrecht. En dan nog de krijgsverrichtingen. Wat zal men blij geweest zijn met de aftocht van het leger van Jacoba. Zo zal dan in 1420 de rust in het dorp weergekeerd zijn. Maar dit is ook weer betrekkelijk, want in 1572 kwamen er nieuwe zorgen.


Op zaterdag 23 november 2013 komt een deel van de geschiedenis van Papendrecht en Dordrecht opnieuw tot leven. Vanaf 13.00 uur worden tussen het Merwehoofd in Papendrecht en de Merwekade in Dordrecht gevechten uit 1813 nagespeeld. Tweehonderd jaar na 1813 vindt op het Veerplein en het Aviolandaplein een beschieting plaats tussen Papendrecht en Dordrecht. Papendrecht vuurt met vier replica’s van kanonnen een halfuur verschillende schoten af. Naast dit unieke spektakel staat het Veerplein van Papendrecht in het teken van het jaar 1813. ’s Ochtends wordt een kampement opgebouwd, waarbij iedereen welkom is om te kijken, mee te helpen en vragen te stellen.





De laatste oorlogsherinnering komen in 1940 bij de inval van de Duitse troepen. Na hevige gevechten in de straten van Dordrecht, moesten de Nederlandse troepen zich terugtrekken. Bij het terugtrekken van de Nederlandse troepen maakte men gebruik van het veer Dordrecht – Papendrecht. Bij de laatste overtocht liet men beide ponten aan de Papendrechtse aanlegsteiger zinken, zodat de Duitser er geen gebruik van konden maken.





Zo zien vele oorlogsgebeurtenissen voorbij trekken. Wat zeker ook nog vermeld mag worden zijn de vele malen dat op er op de veerdam gevechten tussen dronken jongeren ontstonden. Zij kwamen dan meestal met de laatste pont uit Dordrecht terug waar ze zich in de cafés vermaakt hadden en vochten dan hier hun geschillen uit. Zelf de veldwachter kon hier niet meer tegen op. In 1926 kwamen dan ook marechaussees in het dorp waarbij in dat jaar aan de Veerdam de marechaussees kazerne werd gebouwd, nu zijn het enkele woningen en het museum Stichting Dorpsbehoud is hier in gevestigd. Deze wisten het bewind wel te voeren zodat deze uitwassen vaak al in vroeg stadium aangepakt werden.


Na dit alles gaan we de Veerdam nog eens bezien vanaf de dijk. Na de kazerne aan de westzijde van de dam passeren we eerst de kazerne. Waarna we een kerkje tegen komen. Een kapel gebouwd in 1923 ten behoeve voor de katholieke schippers die vaak in grote getalen voor de Papendrechtse wal met hun schepen lagen. Nu in gebruik door de Hersteld Hervormde Kerk. Dan volgen een flink aantal vrij grote woningen, voor we aan het einde van de Veerdam komen.



We verlaten de westzijde van de dam en keren we terug naar de dijk en kijken naar de Oostzijde . Daar vinden we door de eeuwen heen wat meer bedrijvigheid. We zullen nu geen wandelaars naar voren brengen, want over veel jaren zijn vele veranderingen in deze omgeving gebeurt. We beginnen maar op de plaats waar nu de Pontonniersweg de Veerdam kruist. Daar vinden we het scheepswerfje van Pleun de Koning met ongeveer 15 man personeel bouwde hij verschillende schepen, zolderbakken en al wat met scheepsvaart te maken had. In de jaren 1930 is het bedrijf verdwenen.


Het was op de plaats waar later de brug naar het pontonniers terrein lag. We gaan nog verder terug in de tijd. Dan zien we op die plaats de sleephelling van de firma Cornelis van Gispen en zoon. En groot scheepsbouw bedrijf uit Dordrecht die hier in 1887 een sleephelling met bedrijfsloodsen bouwde. Speciaal om reparaties aan Barken, Schoeners en andere zeewaardige schepen te verrichten. Hiervoor moest ook de Gantel die langs de Veerdam liep uitgediept worden. En kreeg de naam de Sleep, genoemd naar de sleephelling. Vele schepen zijn hier op de helling geweest voor reparaties, toch verdween deze activiteiten weer door gebrek aan werk. We vermelden dat die Sleep in 1930 verdwenen is, nadat er nog enkele jaren het eerste Papendrechtse zwembad in gelegen was. ( dit was een middendeel van een rijnschip, beetje verbouwd zodat het een echt zwembad leek.





Er bestaat nog een afbeelding waarop de we de bark Helvoetsluis op de helling zien zitten. In 1892 was de helling niet meer in gebruik en werd het terrein weer schoon opgeleverd. De volgende huurder was de “Russsche Houthandel.


“Russische Houthandel “

Rond 1700 in de pas gestichte stad Sint – Petersburg nu Leningrad ontstond een bloeiende Nederlandse handelspost in vele goederen. Ook ontstond er een bloeiende houthandel, waarvan in 1875 ruim 20 namen opgetekend staan. Eén daarvan is de N.V Gips houthandel te Dordrecht, die er zijn handskantoor had. Deze Nederlandse inbreng heeft geduurd tot 1917 waar bij de revolutie in Rusland deze handel volledig instorten.


Hoe dit met de heer Herm Kalis uit Sliedrecht zit is niet bekend. Men ziet dat in de officiële acte staat “ De Russische Houthandel “gevestigd te Arnhem Men kan er van uit gaan dat de heer Kalis een onderdirecteur was van deze firma, die niet alleen zijn hout uit Rusland maar ook uit Noorwegen betrok. Zo ziet men dus dat de firma van Gips en zonen ook nog bij deze firma betrokken was.


Het was 27 juni 1891 dat er in de haven of scheepskom van de sleephelling van C van Gips en co een stoombaggermolen van de firma Van Velde ( aannemer te Papendrecht ) verscheen. Die de haven die inmiddels al zeer ondiep geworden was, uit te baggeren, op een behoorlijk diepte peil

Men vroeg zich af of de activiteiten op de helling die al lange tijd in onbruik geraakt was, In 1892 weer nieuw leven in te blazen ? Maar het lag toch anders.


Het rondhout werd aangevoerd met vrij grote driemast zeilschepen uit Scandinavië en Rusland. En op het terrein in gemetselde bakken Gecreosoteerd ( verduurzaamd ) en verder behandelt. Een zagerij was er niet bij betrokken. Dit werk waarbij veel van de vloeistof die gebruikt werd bij het behandelen van het hout schijnbaar buiten de bakken terecht kwam heeft later bij een verbetering van het wegdek van de Veerdam rond 1990 nog veel problemen gegeven. De grond in de tuinen was zwaar verontreinigd, en moest afgegraven worden , en afgedekt met een schone grondlaag. En zelf nu in november 2007 bij de aanbouw van een woning aan de Veerdam, moest men het werk staken, omdat eerst de grond gesaneerd moest worden.


Men kan zeggen, dat het werk met al dat hout niet ongevaarlijk was Het eerste ongeluk gebeurde op 31 juli1892 lezen we in de Merwebode; bij de houthandel heeft de werkman E.S uit Sliedrecht, door nalatigheid van anderen een rib gebroken. Het is nu niet de bedoeling om alle ongelukken op de werf te belichten maar een wil ik toch nog weergeven.


Op 9 februari 1910 lezen we van een ernstig ongeval in de krant. Een 10 jarig meisje uit Oogstenplaat, die bij haar oom Troost die werkzaam is op het bedrijf een berichtje moest brengen. Vermoedelijk doordat zij te dicht bij de aldaar geplaatste motor ging staan, kwam zij in aanraking met de drijfriem van de machine. Het gevolg was dat het kind werd meegesleurd. Ernstig gewond werd het kind door beide plaatselijke artsen onderzocht en per brancard naar de woning van Troost vervoerd. Gelukkig voor haar lezen we enige dagen later dat haar toestand thans redelijk genoemd mag worden.


Ja dat is weer een nieuw probleem, wanneer is het werk nu gestopt? Als we het aan een persoon vraagt die zich nog wel de woning kan herinneren zegt hij dat er in 1926 alleen de bakken waarin het hout verduurzaamd werd nog zichtbaar waren. In een kranten bericht van woensdag 30 juli 1930 lezen we dat de zweminrichting in de haven van “De Russische Houthandel “ afgemeerd en zal a.s zaterdag officieel in gebruik genomen worden.


Zo zien we dat de werkzaamheden zo rond 1924 weer teneinde gekomen zijn. Naar wij vernemen zal op het terrein aan de Veerdam alhier op 24 december 1938 een nieuwe industrie worden gevestigd en wel een betonindustrie. Zo is de grond dus niet ongebruikt gebleven en het was Papendrecht die na 1931 steeds meer grond langs de Veerdam van Dordrecht kocht. En in 1938 vestigde het beton bedrijf van Jan Lingen op deze plaats.


Vele jaren werden hier beton producten vervaardigt, waaronder tegels, stoepranden en rioolbuizen, Tot 1995 heeft dit bedrijf hier bestaan en is daarna verplaatst naar het Oosteind Dit alles mede door de dijverzwaring die toen daar uitgevoerd werd. Waarna de Pontonniershaven, waar ook het bedrijf van Jan Lingen gebruik van maakte voor het aanvoeren van zand en grint, in gebruik is genomen door de Papendrechtse jacht vereniging. En nu de naam heeft van Jachthaven.


Dit alles op ongeveer de zelfde plaats. Maar nu wandelen we verder, en passeren een rij flinke woningen. Waaronder ook die van architect Van Laan. De Tandarts en komen we op de plaats waar de weg naar het voetveer lijdt. Dit gedeelte en ook de plaats van het restaurant heeft er heel anders uitgezien. Eerst was hier een soort kom van water wat het Balken gat genoemd werd. Dit was een plaats waar Dordrechtse houtzagerijen hun boomstammen tijdelijk parkeerde om in te wateren. Voordat zij gezaagd werden. Het was eigenlijk nog een gedeelte van de eerder bestaande Sleep Er is nog een tijd geweest dat er wat arken en jachtjes inlagen.

Op het gedempte deel van de Sleep was het bedrijf van Van Rossem gevestigd. Waar jaren lang bromfietsen in elkaar gemonteerd werden. Ook dit is verdwenen en woonhuizen zijn daar voor in de plaats gekomen. En het Balken gat eveneens gedempt.


Gaan we verder dan zien we al heel snel de rivier. Hier eindigt de Veerdam, maar dat is niet altijd zo geweest. Schrijver loopt nog eens in zijn jeugdjaren op de Veerdam richting rivier, Langs het Balkengat waar nog enkele arken en jachtjes liggen, en komt dan op het Veerplein. Links de speeltuin van het veerhuis “Panorama “ Hier komen we nog op terug. Dan de veersteiger met daarnaast het wachthuisje, waarna de veel bezochte cafetaria met de toegang naar de villa van Pijl. Waar ook een urinair stond. Inmiddels zijn we al aan de andere zijde van het Veerplein gekomen. Waar we het loket vinden om de kaartjes voor de overtocht te kopen. Dan enkele woningen van het veerpersoneel, waarna de fietsen stalling volgde met een café er naast. Niet te vergeten het busstation waar alle bussen samenkwamen. Dan de poort van de vliegtuig fabriek “Aviolanda “ zo zijn we dan rond het Veerplein gelopen. Het was er altijd een drukte.

Maar we keren nu nog eens terug naar de uitspanning ‘Panorama “ in 1968 gesloopt. We zullen de geschiedenis van het Veerhuis eens nader gaan bekijken. Allereerst moeten we bedenken dat dit gebied in handen van de stad Dordrecht was. Zeker zal al spoedig er een mogelijkheid gekomen zijn om op het veer te wachten.

Een overzicht foto zoals schrijver dit nog gezien heeft. Dit alles is in 1970 eerst gesloopt en het gehele gebied afgegraven ten behoeve van de rivier verbreding. Ook de veersteiger heeft in de loop van de jaren vele veranderingen ondergaan. Van een platte pont naar een mogelijkheid om moderne veerponten aan te leggen.





Het is nu niet de bedoeling om heel de geschiedenis van het veer te behandelen, dit is een verhaal apart. We kijken verder en zien het wachthuisje met de aangrenzende cafetaria gebouwd omstreeks 1930. Verder zoals eerder opgemerkt de ingang van de villa van het scheepvaart kantoor Pijl. Dit gebied moeten we een nader gaan bekijken. En maken we weer gebruik van een wandelaar die in 1700 over de Veerdam liep.


Op een hoger gelegen gedeelte aan het einde van de Veerdam was een molenwerf. Hier werd met toestemming van Dordrecht die het monopolie van handel in tufsteen had in 1669 door Willem Hendriksz Ruyter een wind trasmolen gebouwd



Op een tekening van J.C Bendorp in 1850 zien we de molen met bijgebouwen aan de Veerdam, Ook voor deze molen die dan toch maar zo’n 150 jaar in bedrijf is geweest, moest verdwijnen door de opkomst van een beter en sterker middel om te metselen, het cement.




In het jaar 1889 is de trasmolen “de Ruyter“ gesloopt. Ongeveer op de plaats waar de trasmolen heeft gestaan, werd in 1910 een grote villa gebouwd, bewoond door de heer J van der Peyl, ( scheepsbevrachter ) zo naast de steiger van het veer.




Een groot del van het pand werd gebruikt als kantoor het mooie pand omringt door forse bomen en een eigen insteek haventje met een stenen kade , dit alles moest door de verbreding van de bocht beneden Merweden – Noord wijken. In 1970 verdween ook dit stukje toch unieke aanzicht van Papendrecht. Toen werd ook de fundering van de molen opgeruimd en verdwenen de laatste sporen van “De Ruyter.”


Naast de molen bevond zich een scheepswerf van de heer Verheul. Op een kaart uit 1833 staat naast de trasmolen een scheepswerf getekend. Deze werf was toen in het bezit van Jan Verheul, een familie die rond 1750 uit Sliedrecht zich in Papendrecht vestigde. Scheepmaker Jan Verheul gehuwd in 1815 te Papendrecht, met Aartje Stenis, overleed kinderloos.

Hij werd opgevolgd door zijn neef.