Verhalen lezen

Herinneringen aan Papendrecht - deel 6 - De oorlogsjaren

Ingezonden door: Piet de Koning.


Tijdens mijn tienerjaren was het oorlog, we hadden eigenlijk veel angst voor bombardementen bijvoorbeeld op de aviolanda vliegtuigfabriek en de scheepswerf de Biesbosch in Dordrecht, die lag net over de rivier de Merwede, daar is meerdere malen een bom gevallen, ook een keer in de nacht, dat was erg angstig, ons huis stond te schudden, de vliegers hadden een lichtkogel aan een parachute hangen, en heel de polder was verlicht.


Er was veel luchtalarm, op de veerdam, de weg naar de veerpont waren schuilkelders gemaakt, daar moest je naartoe als er luchtalarm was, en dat was wat ! Als de Engelse vliegtuigen het land binnenvlogen richting Rotterdam, werd dat doorgebeld en ging de sirene loeien, veel keren voor niets, ik kan eigenlijk wel zeggen altijd voor niets, de fabriek is nooit gebombardeerd.


1 keer toen er luchtalarm was, ben ik niet naar de schuilkelders gegaan, maar naar de boerderij, mijn oom was in het land, er moest een koe kalven, ik ging er ook naar toe. Toen het weer veilig was liep ik de dijk op om naar de fabriek te gaan, en daar stond de veldwachter mij op te wachten, ik kreeg een bon omdat ik in de vrije vlucht liep, het is voorgekomen bij de rechtbank in Dordrecht, en ik werd vrijgesproken.


In de strenge winter van 42 lag er wel een meter ijs in de sloten, de arresleden met 2 paarden reden op de Graafstroom, we zijn toen met opa en 2 ooms en ik aan de polsstok op de schaats naar Alblasserdam gereden, achter de boerderij van opa dekker stapte we op het ijs, en dan achter elkaar schaatsen, naar een oom , die had dan warme drank en daarvan kwam je weer wat bij, om 15 uur maakten we aanstalten om terug te gaan tegen de koude wind, om met melkenstijd weer thuis te zijn, wat waren we weer blij dat we in de warme stal aan het werk konden.


Later ging ik met een oom met de arreslee naar "nel in de krom" in oud Alblas met nog enkele boeren, nou die waren dan echt uit, dan werd er behoorlijk gedronken, warme punch en worst, en een glas jenever tussendoor om de kou te verdrijven, dat het allemaal goed terecht gekomen is met die paarden, de strengen kwamen niet strak te staan, zo ging het ervan langs. Er was beslist een dronken boer bij, daar was de vrouw des huizes vast niet blij mee.


Toen je jong was, wist je toen al wat je wilde worden ? Nee, daar was ik niet mee bezig, het was meer de vraag hoe je de oorlog overleefde, in 1943 en 44 waren de winters erg streng en het was ontzettend koud, er waren regelmatig razzia's van de wehrmacht, we waren bang om opgepakt te worden, en naar Duitsland gestuurd te worden. Ik ben met gijs toen ik 17 was ondergedoken in de buitenschuur, daar was een paardenstal in voor 3 paarden, in die tijd stonden er 3 luxe paarden in van de Duitse officieren, als ze weg waren hadden wij de kans om op de strozolder te klimmen via de hooiruif we sliepen daar 's nachts, door het uilengat keken we naar de lichtflitsen van het afweergeschut dat enorm tekeer ging op de Engelse en Amerikaanse bommenwerpers die op weg waren naar Duitsland, de ene golf vliegtuigen na de andere .


We hebben daar op die strozolder wel een maand de nachten doorgebracht, overdag hielden we ons schuil als de Duitsers in de buurt waren, het was een angstige tijd voor velen, gelukkig zijn we er goed doorheen gerold.


Uit het boek : Vaders herinneringen (Piet de Koning / annemariedekoning@yahoo.com)

3 views0 comments