Verhalen lezen

Brieven van mijn vader

Ingezonden door: Henk Blokland


Deel 1 - 3 januari 1945


Lieve vrouw en kinderen,

We zitten hier op ’t ogenblik in ons woonvertrek, het is een “Gasthaus”zeggen ze hier, bij ons zegt men logement, goed verwarmt en nu komt juist de boodschap dat we per Roode Kruis een brief konden schrijven, dus ik ben dadelijk aan de gang gegaan. Nu vrouwtje allereerst ik ben goed gezond op heden en hoop dit te blijven, hoopende dat dit met jullie ook zoo zal zijn. De reis hierheen is wel zwaar geweest, maar daar zijn we alweer door. We zijn dwars door heel Duitsland heen gekruist, van Noord naar Zuid, van Oost naar West, en zijn dan nu in Aussig, (Sudeteland) gestationeerd en vandaag 3 januari aan’t werk gesteld bij een kolenmaatschappij.



In Dachau een plaatsje bij Munchen in de buurt zijn we gesplitst, de ene groep hierheen de andere daarheen, daar ben ik Henk en Johan kwijtgeraakt. Wij moesten met een groepje waaronder een groepje Sliedrechtenaren die ik goed kon en ook nog drie jongens van de “Biesbosch”naar Hamburg naar de scheepswerf. Zoo zijn we dan weer naar Hamburg gereisd, waar we weer een paar dagen vertoefd hebben. Direct in Hamburg aangekomen, heb ik direct naar Floor geschreven, en o wonder èèn dag voor ons vertrek uit Hamburg (ook in Hamburg moesten we niet zijn) is Floor me op wezen zoeken. Wat was dat een ontmoeting, ik kon hem haast niet meer, hij is misschien wel een kop gegroeid, en zo flink gezet geworden, geen wonder ook hij heeft goed te eten en goede stal ook. Hij bracht voor me mee, 2 kilo appelen, 1 kilo meel en nog een zak gedroogde pruimen en nog enkele sigaretten. Hij zou proberen mij in Hamburg tewerk gesteld te krijgen, en zou dan ’s zondags daar op mij weer komen bezoeken en dan tevens de uitslag vertellen. Maar het heeft zoo moetten wezen, ’s zaterdags te voren moestten wij weg en heeft hem dus niet meer gezien. Zoo zijn we dan hier in Aussig aangekomen en hebben vandaag voor ’t eerst gewerkt.


Het eten is hier best, wel niet zoo veel als thuis, maar dat zal wel wennen. We krijgen per week: 1 ons boter, 3 ½ kg. brood, bij ons aardappel een klein stukje vleesch of spek. Dus zoo stellen wij dat hier en zitten hier met 26 man op een kamer. Als ik geld over kan sturen maar dat moet ik nog vernemen, of dit wel kan, het zal wel kunnen maar komt het over dat is de vraag. Dat zal ik als het kan direct doen vrouwtje, want dat zal thuis ook wel een probleem zijn. Henkie is zeker ook wel een bul geworden he, en Willie ook al een flinke meid. Nu vrouwtje ik moet gaan eindigen, want ons schrijven is beperkt toegestaan, hopende door èèn of andere mogelijkheid (Roode Kruis of zoo) ook eens wat van jullie te horen. Een paar stevige zoenen voor jou vrouwtje en voor Henkie en Willie.

Tot spoedig weerzien en houdt moedt.

Jo.


Anton Schinke Hafenstrasse 89

Aussig 1 Sudeten gew. Duitsland.


 

Deel 2 - 25 januari 1945 (briefkaart)


Lieve vrouw en kinderen,

Na 4 dagen en nachten gerezen te hebben zijn we in een doorgangslager te Dachau bij Munchen aangekomen. Van de ene stad trokken we naar de andere want plaats van bestemming hadden ze voor ons niet, en zo kwamen we dan in bovengenoemde plaats in een doorgangslager aan. Van hieruit zouden we dan te werk gesteld worden. Tot hiertoe zijn we steeds met zijn 3en bij elkaar gebleven. Maar toen ze aan’t in deellen zijn gegaan, ben ik Johan en Henk kwijtgeraakt, of die twee bij elkaar gebleven zijn weet ik ook niet. Want er gingen voortdurend ploegen van ongeveer 100 man gelijk weg.


Dus na enkele dagen daar geweest te zijn moest ik met een ploeg van 100 man naar Hamburg naar de scheepswerf. Dus ik dacht ziezo dat is kort bij Floor, maar je behoeft hier nergens op te rekenen want hier komt niets uit. Dus we gingen weer reizen (We zitten nu 14 dagen in Duitsland en steeds nog geen bestemming) met bestemming Hamburg. Ik zal nu kort zijn en later wel meer vertellen bij leven en welzijn, en zijn dan gisteren 24 januari in Hamburg aangekomen. Ik hoop dat ik nu hier kan blijven (ik zit hier met enkele Sliedrechtenaren en natuurlijk ook dicht bij Floor.) Kwam er de zelfde dag nog bericht dat we weer terug moesten en nu naar Dresden, 150 km. onder Berlijn meen ik.

Dus tot zo ver in’t kort het afgewerkte program en wat verder komt zullen we wel weer afwachten.

Wacht eerst op vast adres voordat je terug schrijft hoor vrouw, anders loopt alles fout.


Vele kussen voor mijn vrouwtje, Henkie en Willie.

Tot spoedig weerzien, houdt moed

Joh.Blokland


Unterkünftsheim Mej. S.Blokland-Donker

H.B.G. 36 p/a Oosteind 20

Neustadterstr.34 Papendrecht

Hamburg ZH Nederland


 

Deel 3 - 15 mei 1945


Lieve vrouw en kinderen,

Hopelijk heeft u de laatste weken of wel de laatste dagen wel wat nieuws van mij gehoord. Mede gegeven heb ik een brief aan een Rotterdammer. Ten 2e heb ik een Roode Kruis verzonden vanuit Leipzig (Duitsland) Ten 3e heb ik vanuit Maastricht (Holland) een brief afgegeven.


En nu de oorzaak van mijn niet tijdig terugkomen uit Duitsland. De 5e Mei zijn wij opgejaagd door de Duitschers, om reden: (ik werkte toen in Dresden) dat wij van voren en van achteren, Oost en West opgesloten zaten, de Russen waren n.l. op komst. Onze bevrijding was dus zeer nabij, maar ook de kans was zeer nabij dat de Duitschers ons bij elkaar joegen en er het machinegeweer op zouden zetten. Dit hadden wij echter door. We vertrokken met ongeveer 150 man, alles tezamen Hollanders, Fransozen, Italianen, Polen, Russen, heel de mikmak werd opgejaagd.


Na ongeveer 2 a 2 ½ uur gelopen te hebben kwamen we in een stadje op een druk kruispunt, waar alreeds honderden “auslanders” waren. En daar op dat punt grepen wij onze kans; daar zijn we er tussenuit geknepen met 20 Hollanders en 20 Fransozen. En vrouwtje dat is ons geluk geweest, wat er met de overige auslanders gebeurd is dat weten wij niet, maar ik geef ze een slechte kans. Ik weet zo veel van die moordpartijen af, van die vuile SS zwijnen. Direct nadat ze ons mistten werd politie uitgezonden (we hebben dat zelf gezien) maar we waren ze te glad af. We verstopten ons een eind verder in een bos, en toen wij zagen, ongeveer een half uur later, dat de politie terugkeerde, zijn we verder gegaan.


We hadden landkaarten bij ons en bestudeerde die aandachtig, en vroegen zo nu en dan inlichtingen aan Duitschers, wat wel niet de wijste weg was, maar we moesten dat avonturen.

Dat was 5 Mei, het word avond, we zijn zeer moede, ik persoonlijk natuurlijk kapotte voeten voornamelijk mijn rechtervoet.


We moesten dus slaapplaats zoeken, nou ja dat viel nogal mee we hadden spoedig een verlaten lager gevonden en de bewaker was nogal vriendelijk gestemd tegen ons,(dat waren ze die dagen allemaal, de Duitsers voor auslanders, want ze wisten wat er gebeuren ging!!) en hij verleende ons onderdak. Als ik thuiskom vertel ik daar wel meer over.


Volgende dag, 6 Mei: ’s Nachts te voren een weinig geslapen en uitgerust, we gaan weer verder. Nog even moet ik vermelden, we kochten van die bewaker nog een hagel nieuwe kar voor zeggen 100 Mark, dat is voor niets dus. We hebben daar ons koffers en zakken in geborgen en we hebben daar veel gemak van gehad, nu konden wij de kar of liever gezegd de wagen duwen en trekken, die koffers en zakken dragen uren achter elkaar, dat is vreselijk vermoeiend vrouwtje dat begrijpt u zelf wel. We vragen zoo nu en dan en we krijgen te horen :wen zie so unt zo lauft, geen zie goed, daar kommen zie bestimt bij der Amerikaner.


Dat waren alle leugens of te wel zij wisten het zelf niet. Naderhand bleek dat overal de Russen daar optrokken, het gaf trouwens niets, want we hebben van de Russen goede behandeling gehad. Zoo lopen we dan enkele uren terwijl Russische en Amerikaanse vliegers boven ons nog al een beetje te keer gingen. De bevolking van die streek gingen er allen vandoor, + ook de Duitsche soldaten die hunne geweren, munitie en al hun bepakking al weggesmeten hadden. De bevolking vroeg ons of dat wij verrükt waren,(gek) omdat zij wegtrokken, en wij zochten het gevaar op.


Het liet ons allen koud, wij wilden bevrijdt worden : dat was ons hoofd doel. Wij wisten toen reeds dat de Russen nog enkele kilometers van ons verwijderd waren. Maar om te zeggen angst voor de Russen, neen dat hadden wij niet, we hadden meer angst voor de terugtrekkende Duitsers, maar ze lieten ons god dank, behoudens enkele zware vloeken nogal met rust. Zo kwam dan langzaam aan weer de avond. Nog even moet ik vermelden, de Fransozen hadden uit Dresden een Russische meid meegenomen of liever ze wilde mee, daar hebben we veel gemak van gehad.


’s Middags ± 5 uur, de Russen zijn misschien nog 2 kilometer van ons verwijdert. We moesten ons nu verscholen houden, want ze konden ons ook voor Duitschers aan zien, en dan hadden we een slechte pijp gerookt. We verstopten ons daar, na ± 2uur in een, hoe bestaat het, in een nabij gelegen moffen geschutsbunker. Terwijl staat een Fransoos aan wie we veel dank verschuldigd zijn, steeds op de uitkijk achter een dikke boom. Nog steeds trekken de Duitschers voorbij, in grote wanorde trekken ze terug alles achterlatende. Als ze onze koffers en zakken zien liggen ,vloeken ze eens, maar ze laaten ons god dank met rust in die bunker zitten. En zo komt dan het moment, dat de Fransoos de Russische meid komt halen, want de Russen zijn tot op enkele tientallen meters van ons genaderd.


Met in èène hand de rood, wit en blauw vlag en in de andere hand de witte vlag (alles van te voren al in orde gemaakt) gaat de Fransoos met de Russische meid (dolmets) de Russen tegemoet, en ze spreken de Russen allereerst aan met: “dobberie witschi” (dat is in’t Russisch: goedenavond) en zie het gesprek (een kort gesprek, want die jongens waren niet voor de lol uit) neemt een aanvang.

Alles verloopt goed en we konden nu uit onze bunker tevoorschijn komen, en worden hartelijk ontvangen en toegejuicht door de Russen. We waren bevrijdt.


Een Russisch officier zij tegen ons, gaat nu maar naar het dichtsbij gelegen dorp, naar een boer en die moet jullie eten geven, drinken en slaapgelegenheid, kortom alles wat je nodig hebt vraag je en hij zal je dit geven. Bovendien zij hij, ga naar de slager en bakker en haal zo veel als je wilt, wij hebben toen ponden vlees gehaald, die boer moest dat braden, trouwens de boer daar wij kwamen was zeer gewillig en gaf alles, melk eieren en pap, kortom alles want ze waren zeer bang voor de Russen. ’s Nachts geslapen daar. Gaan we de volgende dag, dat is 7 Mei weer verder. Mijn voeten worden steeds slechter, v.n.l. mijn rechter voet, ik moet mij moeizaam kreupel voortslepen.


Mijn rechtervoet wordt dik maar niettemin steeds verder, we hebben nu moed geschept, we gaan op huis aan naar ons eigen landje naar ons mooie Holland, vrouwtje ik kan u niet zeggen hoe ik op dat moment weer naar huis verlangde, naar u mijn vrouwtje en mijn 2 kleine pukjes. Zoo komen wij die dag dan aan in een stad die Freital genaamd is. We hebben daar vertoefd in een school van 7-9 Mei, prima slaapplaats en als we eten nodig hadden haalden we dat in de stad, zonder geld en zonder bonnen, met voorrang want de Duitschers stonden in grootte rijên voor de winkels maar wij stoorden ons eigen daar niet aan, we liepen zoo binnen en we kregen alles zonder ook maar enigszins tegenwil te ontmoeten.


De Duitschers kregen op hun bonnen 100 gram vleesch oftewel 500 gram brood, wij kregen ponden en kilo’s van hierboven genoemde eetwaren. We hadden afgesproken den volgende dag dat was 10 Mei de reis verder te aanvaarden naar Chemnits, daar waren de Amerikanen en daarvandaan zeiden ze ons worden we verder getransporteerd naar Holland. Maar owee ik kon bijna niet meer lopen, wat nu te doen.


Gelukkig komt er dien middag een Rotterdammer voorbij met paard en wagen, en die zegt tegen mij, êên man kan ik nog meenemen, mijn besluit was gauw genomen, hij rijdt naar de school, mijn bagage wordt opgeladen door de andere Hollanders en daar gaat’t dan, gescheiden van 19 kameraden, alleen op stap met een nieuwe kameraad, de Rotterdammer. Nu gaat in’t kort verder vrouwtje want ik zou wel een boek kunnen schrijven van al de belevenissen die ik meegemaakt heeft. Van 10-14 Mei rijdt ik met de paardenwagen voorbij Chemnits, want er gaat nog geen trein naar Holland. In Dosen gekomen, dat is 15 km. voor Leipzig. Daar gekomen in Dosen moest ik afstappen vanwege mijn rechter voet, die was helemaal gezwollen. Dokter geraadpleegd, dokter zegt naar ziekenhuis. Dus ik moest de Rotterdammer weer in de steek laten. Nu vrouwtje ik heb staan huilen als een kleine jongen. De Rotterdammer keerde huiswaarts met paard en wagen de gehele reis naar Holland en ik moest achter blijven.


14 Mei, namiddag opgenomen in het ziekenhuis.


17 Mei, ’s morgens, kleine operatie aan mijn voet, het vuil moest er uit. Bijna 3 weken in Dosen in het ziekenhuis gelegen. (wonde heelt goed, verzorging goed, begrijp wel, onder Amerikaans commando, hier zitten we namelijk in de Amerikaanse zone.)


8 Juni, Vrijdagmorgen 11 uur, Roode Kruis wagens komen voor en alle Hollanders en Belgen krijgen de boodschap, gereedmaken jullie gaan naar Belgiê. Met Roode Kruis auto’s (Amerikaanse) naar station Leipzig, daarvandaan zijn we weggegaan omstreeks 5 uur ’s middags met een Roode Kruis trein naar Brussel.


11 Juni, Maandag ’s morgens passeerde wij Maastricht (Holland) maar onze reis was bestemd naar Brussel dus we mochten er niet uit. Maar afein ik lig hier nog met 4 Hollanders, zelfs nog èèn jongen uit Maastricht, en wij maken het hier mekaar zoo makkelijk mogelijk, en we hopen binnen 14 daag, 3 weken, thuis te zijn. Alles gaat goed ik voel mij gezond,de voet heelt goed, de verzorging van de Zusterkus (Belgies) is zeer goed, we krijgen hier van de Hollandse regering Engelse sigaretten toegezonden, en zoo moeten wij ons hier een beetje vermaken. Nu vrouwtje ik ga nu eindigen, ga met deze brief naar een beambte in Papendrecht en vraag aan die beambte een roode Kruis brief aan, als het postverkeer in Holland net zo is als het postverkeer hier in Belgiê schrijf dan een gewone brief, zoo spoedig mogelijk terug. Ben ik in die tijd vertrokken naar Holland, nu ja dat is nog beter.

Geef deze brief te lezen aan de familie, ook Vader en Moeder te Sliedrecht, ik hoop spoedig nieuws te horen.


Met vele kussen voor jou mijn vrouwtje en vele ook voor Willy en Henkie.


Tot spoedig weerzien,


Joh Blokland


 

Deel 4 - Leipzig 14 juni 1945


Lieve vrouw en kinderen,

Heden op de thuisreis naar Holland maar moet de reis enkele dagen onderbreken wegens een een zweer op mijn rechter voet. Hopelijk ben ik spoedig thuis, hopende alles thuis in goeden welstand te vinden. Ik moet een paar dagen in het ziekenhuis. Alles is hier Amerikaans, zoo ik gehoord heb in Holland ook. De kleinen zijn zeker lekker gegroeid hè ?! Nu lieve ik kom spoedig.


Jo



Brief mee gegeven met Rotterdamse kameraad


 

Deel 5 - Briefkaart (geen datum)





23 views