Verhalen lezen

De spelletjes van vroeger

Ingezonden door: Hetty Schellenbach Alderliesten.


Vroeger speelde de kinderen veel meer buiten dan tegenwoordig, ook moest je vaak je eigen vertier zoeken, wij op "het zand" hadden altijd hele groepen met vrienden en vriendinnen. Je had de gewone spelletjes zoals tollen en knikkeren, mijn zak met knikkers had er hele mooie stuiters bij, de knikkers die won of verloor je natuurlijk, soms zaten ze gratis bij de boodschappen, zoals de flessen lodaline, dat afwasmiddel van vroeger. We verzamelde ons altijd voor het huis van jannie veth, in de hoofdstraat, dit was meestal na het avondeten in de zomer, 1 spelletje wat ik me heel goed herinner en dat vast niet meer gespeeld wordt was ""de beer en de wolf"" je had dan 2 groepen, 1 groep ging zich verbergen, meestal in de gangetjes die achter de huizen liepen, we noemden dat slopjes of gewoon bij de mensen in de achtertuin, de 2de groep telde dan tot 100 en dan ging de zoektocht beginnen, die groep liep dan met de armen over elkaars schouders en zong dit versje : de beer en de wolf zaten achter het riet, ik hoor je wel maar ziet je niet, als ze dicht bij kwamen riep je warm, en als ze dan weer verder van je af gingen riep je koud, en als je dan gevonden was, ging het erom wie het hardst kon rennen, om als eerste op het honk te komen.


Een ander spelletje was : oorlogje verklaren, dit werd met 4 personen gespeeld, we speelde dit altijd naast het huis van mijn opa dirk van oudenaarde wat dan gelijk voor het huis was van oma van Genderen, dit was niet echt mijn oma maar de oma van mijn vriendin corrie versteeg, je had hier veel ruimte io het trottoir om het spel op te zetten, er werd een groot vierkant getekend met krijt, die werd in vieren gedeeld, ieder persoon had een gedeelte en je gaf dat de naam van een land dat je wilde zijn, de lijnen waren de grenzen, de persoon die het eerst was ging dan over de lijnen rennen om te proberen een ander een tik te geven, als je iemand aan had geraakt mocht je in zijn land springen en een vierkantje om je voeten tekenen, dit was dan jou landgebied, en mocht je daar inspringen om van je vijand weg te blijven of dichter bij een andere vijand te komen als het weer jouw beurt was, wie het meeste gebied had na een bepaalde tijd had gewonnen.


We gingen ook hooispringen in de tijd dat het hooi op de hooizolder opgeslagen werd, je had toen nog geen pakken of rollen hooi, dit deden wij bij opoe dekker in de vissersbuurt, zij was de oma van mijn buurmeisje nek leeuwesteijn, wat waren we dan vies en stoffig er na. In de zomer gingen wij zwemmen aan de waterkant tussen de schepen, sommige helden zwommen naar de dordtse kant, we hebben eens een heel gevaarlijk spel gespeeld, als ik er nog aan denk, begrijp ik niet dat er geen ongelukken zijn gebeurt, mijn getrouwde zuster woonde in de sperwerstraat en ik was veel bij haar, er woonden daar ook veel kinderen van mijn leeftijd en iedereen was bevriend met elkaar, er was net begonnen met de bouw van de westpolder, er stonden duizenden bakstenen, in lange rijen langs de veerweg, net naast het autobedrijf van van wijngaarden, we hebben daar hele leuke speelhuisjes gebouwd, ook hebben we het voor elkaar gekregen om er een dak op te bouwen, je moet er niet aan denken wat er gebeurt zou zijn als dit in elkaar gestort was.


Er was ook veel plezier bij het strandje de noord, heel papendrecht ging daar zwemmen, en het was spannend als aviolanda de helikopters aan het uitproberen was kan je, je indenken dat zo iets tegenwoordig nog kan gebeuren ? Wij hebben een heerlijke vrije kindertijd gehad, en ik denk er nog graag aan terug.

7 views0 comments