Verhalen lezen

De Papendrechtse moordzaak, 1910 - deel 2

Ingezonden door: Anoniem.


Het was geen moordzaak, het gezag stond op het spel door het wangedrag van de politie en de starheid van de regenten. Er zijn ontelbare stukken en verslagen geschreven in de landelijke pers over de gerechtelijke procedures en dwalingen. Er is zelfs een verhalenbundel uitgebracht door Fred van Os, onder de titel: Onder aan 't Veer, deze bundel is te koop bij bol.com.


Een ander bekende de ruit vernield te hebben!


De man die de ruit werkelijk had stukgeslagen is Jacob Kwakernaat, evenals van Papendrecht, die zich over zijn wedervaren aldus in de Dordtsche courant uitlaat:

De politie had van terzijde vernomen dat het waarschijnlijk was dat ik de schuldige was. 's Avonds te ongeveer 11 uur werd er op mijne buitendeur geklopt, ik lag reeds te bed. Onmiddellijk stond ik op en opende de deur en even onmiddellijk sloegen de rijksveldwachters en de gemeenteveldwachter mij de boeien om de polsen. Zoals ik was moest ik mee, zonder bovenbroek, barrevoets, blootshoofds. Niettegenstaande ik hun herhaaldelijk vroeg om toch even de noodzakelijke kledingstukken aan te mogen trekken. Zoo werd ik over een afstand van 25 minuten gaans naar het gemeentehuis getransporteerd.


Aldaar aangekomen werd ik op de krib geslagen, en toen ik daarna er in slaagde om op die krib te gaan staan, teneinde mijn hoofd tegen de elkaar opvolgende slagen en stompen te beveiligen, schreeuwde men mij toe 'leggen, zeg ik'. En toen ik aan dit bevel, beducht voor erger, niet verkoos te voldoen, sloeg men mij eenvoudig de beenen onder het lijf vandaan. Ik viel versuft van pijn neder, toen liet men mij met rust, aan hun bevel was voldaan, zij het ook nolens volens.


Aan mijn linkeroog ben ik op heden nog blauw, mijn linkerbeen vertoont een versche scheur, op mijn achterhoofd zitten nog bulten en is bloederig. Ik heb tijdens bovenstaande behandeling en ook 's morgens niet durven bekennen. Ik hoopte naar Dordt overgebracht te zullen worden, alwaar ik op veilig terrein natuurlijk gerust de waarheid zou hebben gezegd.


Toen ik evenwel in tegenwoordigheid van mijn kameraad Garsthagen werd gebracht en zag hoe vreeselijk deze geheel onschuldig stond te bloeden, heb ik onmiddellijk de waarheid gezegd, waardoor hij natuurlijk dadelijk bevrijd was.

9 views0 comments