Verhalen lezen

De fabrijk

Ingezonden stuk uit een krant - okt 1867 (Anoniem)


Zoo als bekend is, wordt de overtocht van passagiers in het veer tusschen Dordrecht en Papendrecht, en omgekeerd, sedert een paar jaren gedaan met een schroefstoombootje. Aanvankelijk en ter proefneming had de stad Dordrecht, eigenaresse van gezegd veer, er 1 in de vaart gebragt, onoverdekt, met een machine van vier paardekracht, al spoedig werd een nieuw grooter bootje gebouwd, van 6 paardekracht en ten gerieve van de passagiers van voren overdekt, hetwelk met mei jl. In dienst kwam. Het eerste bootje bleef in reserve.


In hoeverre de veerstoomboot aan de verwachting, door de stad Dordrecht daaraan gekoesterd, voldoet, willen wij daar laten. Wel gelooven wij , dat niettegenstaande de vermindering van het aantal veerdiensten, de kosten van het veer aanmerkelijk hoger zijn dan ten tijde der roeiboten. Doch hoe dit zij = het nieuwe bootje, hoewel nogal dikwijls defect, is wezenlijk door zijne gedeeltelijke overdekking een waar genot voor de passagiers. Het is dus in het belang der stad zoowel als in dat der passagiers, dat, dat bootje zoo min mogelijk aan de dienst wordt onttrokken.


Maar wat gebeurt nu ?. Op dinsdag de 22 ste dezer, des voormiddags ten negen ure ongeveer, komen aan het veer te Dordrecht : 1 de fabrijk (alias, directeur der gemeentewerken). 2 de stadsbaas 3 de slikbaas (alias, opzichter gemeentewerken) 4 twee heeren wethouders der stad dordrecht, die heeren requireren en corps het nieuwe veerstoombootje, waarschijnlijk voor eene inspectie reis over de gemeente eigendommen, niettegenstaande de reserveboot in de rietdijkschehaven ter hunner dispositie ligt. Ondermeer nemen zij ook den machinist mede en laten, wegvarende de biesbosch op, den last achter ( naar wij meenen bij monde van den fabrijk ) , dat de reserveboot in dienst gesteld moet worden, met de opmerking dat de hakenjongen daar wel als machinist dienst kon doen, of dat de stuurman die taak maar tegelijk verrigten moest.


Zoo werden dus de passagiers niet alleen beroofd van hunne overdekte boot, maar bovendien blootgesteld om hun leven te verliezen door het mogelijk springen van den ketel, hetgeen wellicht een gevolg kan zijn van de onhandigheid van den jongen, die voor machinist moest spelen.


En dat waarom ? 1 omdat de fabrijk lust had in een pleziertogtje. 2 omdat hij op dat tochtje wilde beschermd zijn tegen mogelijke regen, die vooral zeer nadelig op zijn groene glaceschoenen zoude werken, 3 omdat hij zijn dierbare corpus innig liefhebbende liever niet bloodstelde aan het gevaar, waarin een onkundige jongen als machinist dienst doende hem kon brengen, en hij het bovendien waarschijnlijk liever voor enige passagiers overliet, om in de lucht te springen of te verdrinken. Nu... Aan de passagiers was dan ook zoo veel niet gelegen. Maar.... Aan den fabrijk....., wat zou er van dordrecht worden, wanneer een zoo gewigtig mensch een ongeluk overkwam.


Dat de heeren wethouders de handelingen van den fabrijk goedkeuren, en zijne meening deelden, is buiten kijf, ten minste zij hebben zich niet verzet.doch dit kan hem niet ten kwade worden geduld, zij gingen waarschijnlijk slechts voor plezier mede, en waren welligt door den fabrijk geinviteerd. Wat een belangrijk persoon toch zoo'n fabrijk is !! Zoo'n man heeft wat te commanderen !!, maar wat zouden de fabrijk en zijn gezelschap in het bootje hebben gedaan ? Wij weten het niet, alleen weten wij, dat het bootje daags na den pleziertogt geheel schoongemaakt is moeten worden.

0 views0 comments