Middenstand - 1940-1949

De kleine middenstanders. Wat hadden wij er vroeger veel in Papendrecht. Op ieder stukje dijk kwam je er wel 1 tegen. Bakkers, melkboeren, slagers en kruideniers in overvloed. Allemaal van die leuke kleine winkeltjes en bedrijfjes die een eigen verhaal hadden. Het is jammer dat met de komst van de grootwinkelbedrijven, dit stukje nostalgie is verdwenen.

Op deze pagina vindt u een verzameling verhalen voor en door de kleine middenstanders van weleer. 

Heeft u nog een leuk verhaal voor ons? Neem dan contact met ons op!   

arrow&v
arrow&v
Verhaal - oranje.png

1946 - Koos van Veen - Patat en tabak

 
Koos van Veen - Patat

Koos van veen, een geboren en getogen Alblasserdamer, die daar op een scheepswerf werkte, is na zijn trouwen op de Hogendijk in Papendrecht komen wonen, in de oorlog kreeg hij een ongeluk waardoor hij een been verloor, hij krijgt een invaliditeitsuitkering. Koos begon kort na de oorlog, met een keetje op wielen aan het veerplein in Papendrecht patat te verkopen, het mobiele keetje werd na enige tijd vervangen door een vaste stenen kiosk, naast de patat ging hij ook bij artikelen verkopen zoals snoep, ijs en sigaretten.

Het gehele gezin van veen moest meewerken met aardappels schillen en pitten, de patat kostte toen een kwartje, voor 5 cent kreeg je er mayonaise bij, een schepijsje kostte toen 5 cent, zijn zoons hen en cor werden bij goed weer Papendrecht ingestuurd met een ijscokar om daar ijs te verkopen. Het assortiment breidt steeds verder uit, buiten kwam een automaat met repen chocolade te hangen, er stond een automaat met melk en chocomelk, er kwamen allerlei snacks bij.

De gehaktballen waren daar wel heel erg lekker, zeg maar de specialiteit van het huis, ik kreeg wel eens de indruk dat zoon piet, die inmiddels de kiosk runde, meer gehaktballen verkocht, dan slager pullen gehakt, en dat was toch een topslager.  mijn opa toentertijd pas weduwnaar geworden, kwam 1 x per week bij ons eten, hij vroeg nooit wat eten we, hij zei gewoon ik wil ballen van piet bij de pont. de rest kon hem niet schelen.

De familie van veen heeft daar in de loop der jaren, een goede cafetaria gehad, het was helemaal geen straf als je de pont mistte, en laten we eerlijk zijn, menig Papendrecht zat wel eens om een loopje verlegen, dan was het ik ga even bij de pont kijken..... nee je had gewoon trek in een zak patat.

i286823014283345332._szw1280h1280_.jpg
Koos van Veen - Tabak

In de jaren 50 verhuisd de familie van veen van de Hogendijk naar het Westeind, naar een pand met een rijke geschiedenis, zo werd er ooit de eerste raadsvergadering gehouden, tot in de jaren 30 heeft het dienst gedaan als post en telegraaf kantoor, drukkerij koppelaar is er begonnen, door de verhuizing van koppelaar naar het pand waar de blauwe zaal in had gezeten, kon van veen het pand huren, en begon hij de tabakswinkel.

 

De winkel werd hoofdzakelijk gerund door mevrouw van veen en haar dochters, en heeft bestaan tot 1973, mede door de opkomst van de supermarkten kreeg de winkel het zwaar te verduren, de winkel werd overgedragen aan wil storm, de familie van veen verhuisd naar de c. huygenslaan.

 

Ik kwam zelf regelmatig in het winkeltje, en deed daar de boodschappen voor de mensen die zelf niet konden of wilden, hoewel er op kortere afstand de nodige winkeltjes waren die tabaksartikelen verkochten, zoals de gezusters ijzerman, kapper kok beide op het oude veer, kapper Gerrit Markesteijn in het Bosch, was het toch altijd naar van veen in het westeind, want oma van veen was zo aardig, ik kreeg er altijd snoep.

 

Mijn buurvrouw borsje, de schooljuffrouw rookte stiekum, en wilde dus zelf de winkels niet in, regelmatig was het, haal je even 3 pakjes stuyversant voor me, ik kreeg dan een rijksdaalder mee, het wisselgeld mocht ik houden, mijn vader rookte zo'n 7 dozen willem 2 sigaren in de week, dit kwam mooi uit voor mijn moeder, die sigarenbandjes spaarde, oma van veen bewaarde de (sier)bandjes die onder in de dozen zaten, en gaf ze mee, mijn opa die een tijd bij ons in huis is geweest pruimde nog, regelmatig moest ik pruimtabak halen, want van veen was de enige winkel die dit nog verkocht.

Opa woonde zo als gezegd bij ons in, regelmatig vond mijn moeder van die uitgekauwde pruimtabak in een koffiekopje, vreselijk smerig natuurlijk, en opa krijgt een verbod om binnenshuis nog te pruimen, hij vond het maar niks, komt hij een week later naar me toe, met het verzoek een kwispedoor te halen, een wat opa ??

 

Een kwispedoor, bij koos van veen weten ze wel wat dit is, nou schrijf het toch maar even op voor me, ik had echt het idee dat hij de boel aan het belazeren was, hij had wel meer van die geintjes, hij schrijft het op met een grote grijns op zijn gezicht, foute boel dacht ik, maar toch maar naar van veen gegaan, kom ik daar leg het briefje neer, en jawel er komt tot mijn verbazing een kwispedoor te voorschijn, ze bestonden echt, het was gelijk neem hem maar mee jochie, de mensen pruimen niet meer, en hij staat hier toch maar te staan.

 

Op de terugweg naar huis, was het : opa je bent van mij, je hebt me al zo dikwijls geprobeerd me in de maling te nemen, nu is het mijn beurt,  het was : opa ik heb er nog 1 gevonden, hij kostte maar een rijksdaalder omdat het de laatste was.

i286823014283345379._szw1280h1280_.jpg

1946 - Arie van Wijngaarden - Garage

 
De start van Arie van Wijngaarden

Arie van Wijngaarden werd geboren in 1919, en leert later op de ambachtsschool het vak van automonteur. Bij zijn oom kees van wijngaarden die een transportbedrijf in de veerstoep had, sleutelt hij in zijn vrije tijd regelmatig aan de auto's, tijdens zijn militaire dienst werkt hij tussendoor bij garage brouwer in Loenen, om te voorkomen dat hij tijdens de wereldoorlog II niet naar Duitsland hoefde, trad hij toe tot de brandweer in Papendrecht

 

 

 

 

Daar waren ze echt blij met zijn komst, Arie was natuurlijk een 1e klas chauffeur, bij een uitruk was hij er altijd als eerste, het alarm stond toentertijd op het dak van het gemeentehuis, Arie had zijn garage 100 meter verder het bosch in, de bij het eerste signaal was het een sprint door het bosch en een klein stukje veerdam en hij stond bij de brandweerkazerne, de brandweerwagen stond al buiten voordat de rest er was.

i286823014284514371._szw1280h1280_.jpg
De 1e garage in het Bosch

Op 1 juni 1946 begon Arie voor zichzelf, hij huurde een plekje in de loods in het bosch waar vroeger de hooipers in had gezeten, hij was daarmee de 1ste garage in Papendrecht, Arie trouwt met Corrie, een dochter van bakker boer van het oude veer.

Arie begint zelf langzaam nieuwe auto's te verkopen, hij verwerft het dealerschap van DKW, steeds meer autobezitters vertrouwen hun wagen toe aan Arie van wijngaarden, het wordt drukker en drukker in het bosch, het grote verkeer waaronder de busdiensten van de twee provinciën konden er soms niet meer langs.

i286823014284514412._szw1280h1280_.jpg
De 2e garage aan de veerweg

in 1957 koopt Arie een stuk land van 1000 vierkante meter en neemt een optie op nog eens 1000 vierkante meter, en laat een garage bouwen met 2 woonhuizen erboven aan de veerweg, Arie verhuisd met zijn gezin naar de woning boven de garage, verder is er nog een showroom, een wasplaats, een smeerput en uiteraard de bekende caltex benzinepomp met gewone benzine en diesel.

 

Een paar jaar na de opening wordt de tweede hal gebouwd deels gefinancierd door de benzinemaatschappij, in deze hal worden de nevenactiviteiten ondergebracht, zoals de autoverhuur, het takel en bergingswerk, in 1963 wordt Arie Renault dealer, in 1976 volgt het dealerschap van Mitsubishi.

i286823014284514455._szw1280h1280_.jpg
 

1946 - Arie de Lange - Dierenwinkel

De seizoenswinkel van Aai de Lange

Arie de lange, in de volksmond altijd aai de lange genoemd, begon zijn winkeltje in het bosch net na de oorlog, hij begon er dierproducten te verkopen, had een agentschap voor turkenburg zaden, en eigenlijk verkocht hij er van alles, hij speelde gewoon in op de seizoenen. 

In de wintermaanden als het niet zo druk was, waren hij en zijn vrouw, al in de weer om zaden in te pakken, want dat was handel die hij in het voorjaar goed kon verkopen, want iedereen had wel ergens een stukje grond achter zijn huis, waar hij wat op kon verbouwen, aai ging met zijn bakfiets de dijk af, en leverde, nee niets op bestelling, hij had het gewoon bij zich, en als hij eens een jaar wat over had, dan was er nog niets aan de hand, want zaaigoed kan je wel een jaar of 4 - 5 bewaren,

als deze drukte een beetje voorbij was, begon hij aan de voorbereidingen van het visseizoen, dat vroeger altijd op 1 juni begon, de winkel werd heel anders ingericht, de vitrine van de toonbank lag vol met dobbers, haakjes eigenlijk met alles wat je voor het vissen nodig had. aan de wand had hij zijn hengels, schepnetten, en zowaar de eerste werphengel opgesteld, aan levend visvoer geen gebrek, aai kweekte het zelf, hij ging regelmatig de buurt langs om wormen te zoeken, hij deed dat heel slim, net na een regenbuitje stak hij zijn spa in de grond, sloeg een paar keer tegen de steel, en jawel ze kwamen vanzelf naar boven, hij hoefde alleen maar te bukken en ze in een emmer te doen, bij de slager haalde hij de botten weg, gooide die in een bak in de schuur, daar kwamen natuurlijk vliegen op af, met als gevolg dat hij in de korts mogelijke tijd maden kon verkopen, vreselijk smerig natuurlijk, als je die maden of wormen wilde kopen, moest je eerst in de winkel een bakje kopen, en mocht je vervolgens zelf in de schuur het bakje vol gaan scheppen.

Na het visseizoen begon hij met zijn diervoeders, hij kocht dit massaal in. sloeg het op in zijn schuur, die inmiddels vrij was van maden, wormen en ander ongedierte, en begon dit geleidelijk aan te verkopen, hij was gewoon dagelijks op pad met zijn bakfiets, hadden de mensen eens een keer geen geld om te betalen, dat was geen probleem voor aai, hij ruilde gewoon, je moest ook nooit gek op kijken als je in de winkel kwam dat hij opeens konijnen, marmotten of kanaries te koop had.

in december begon hij aanstalte te maken voor zijn winteraktiviteiten, hij begon uit zijn schuur butagas, strooizout, zand, sneeuwschuivers, en zelfs sleeën te verkopen, af en toe had hij een paar 2de hands schaatsen in de aanbieding, die ergens te klein geworden waren, hij keek ze na sleep ze en verkocht ze, de laatste week van het jaar verkocht hij vuurwerk, dit wel met de mededeling, je steekt het hier op de dijk niet af, anders kom je mijn winkel niet meer in.

 

Reken maar dat er naar aai geluisterd werd, want je kwam echt op de zwarte lijst, in 1958 had aai een probleem, wat was er aan de hand : zijn overbuurman garage Arie van wijngaarden, had naast zijn pand een benzinepomp staan met natuurlijk een ondergrondse opslagtank. maar deze opslag was gaan lekken met als gevolg dat het langzaam aan door de dijk sijpelde, bij aai en zijn buurman begon men een olie en benzinelucht te ruiken, na onderzoek van die twee, kwam men erachter dat het uit de tuin kwam, aai waande zich al rijk, hij dacht een oliebron aangeboord te hebben, niets was minder waar, bij nadere inspectie bleek het bij zijn overbuurman vandaan  te komen, met als gevolg arie van wijngaarden mocht geen benzine meer verkopen, en aai dat jaar geen vuurwerk.

De winkelverkoop was ook stevig toegenomen, men verkocht wasmiddelen, schoonmaakspullen etc. eind jaren 60 werd het winkeltje in het bosch te klein, en kwam aai in de gelegenheid om het pand van kruidenier haspels, die gestopt was, te huren, hij schafte een vw bestelbusje aan en verhuisde zijn handel van het bosch naar de veerstoep, enkele dingen als gas en vuurwerk konden niet mee in verband met vergunningen. Op 1 januari 1972 heeft aai, zijn winkel overgedaan aan de familie van heeswijk, die er gewoon een groot een goedlopend bedrijf van hebben gemaakt met 3 winkels in Papendrecht, de hoofdvestiging in het achterom, een winkel in winkelcentrum westpolder, en 1 in winkelcentrum wilgendonk, allen nog steeds draaiend onder de naam : dierenspeciaalzaak a de lange.

i286823014283653118._szw1280h1280_.jpg