koos van veen - patat en tabak

koos van veen patat

koos van veen, een geboren en getogen alblasserdammer, die daar op een scheepswerf werkte, is na zijn trouwen op de hogendijk in papendrecht komen wonen, in de oorlog kreeg hij een ongeluk waardoor hij een been verloor, hij krijgt een invaliditeitsuitkering.

koos begon kort na de oorlog, met een keetje op wielen aan het veerplein in papendrecht patat te verkopen, het mobiele keetje werd na enige tijd vervangen door een vaste stenen kiosk, naast de patat ging hij ook bij artikelen verkopen zoals snoep, ijs en sigaretten.

het gehele gezin van veen moest meewerken met aardappels schillen en pitten, de patat kostte toen een kwartje, voor 5 cent kreeg je er mayonaise bij, een schepijsje kostte toen 5 cent, zijn zoons hen en cor werden bij goed weer papendrecht ingestuurd met een ijscokar om daar ijs te verkopen.

het assortiment breidt steeds verder uit, buiten kwam een automaat met repen chocolade te hangen, er stond een automaat met melk en chocomelk, er kwamen allerlei snacks bij.

de gehaktballen waren daar wel heel erg lekker, zeg maar de specialiteit van het huis, ik kreeg wel eens de indruk dat zoon piet, die inmiddels de kiosk runde, meer gehaktballen verkocht, dan slager pullen gehakt, en dat was toch een topslager.  mijn opa toendertijd pas weduwnaar geworden, kwam 1 x per week bij ons eten, hij vroeg nooit wat eten we, hij zei gewoon ik wil ballen van piet bij de pont. de rest kon hem niet schelen.

de familie van veen heeft daar in de loop der jaren, een goede cafetaria gehad, het was helemaal geen straf als je de pont mistte, en laten we eerlijk zijn, menig papendrechter zat wel eens om een loopje verlegen, dan was het ik ga even bij de pont kijken, ..... nee je had gewoon trek in een zak patat.

 

 

koos van veen tabak

in de jaren 50 verhuisd de familie van veen van de hogendijk naar het westeind, naar een pand met een rijke geschiedenis, zo werd er ooit de eerste raadsvergadering gehouden, tot in de jaren 30 heeft het dienst gedaan als post en telegraaf kantoor, drukkerij koppelaar is er begonnen, door de verhuizing van koppelaar naar het pand waar de blauwe zaal in had gezeten, kon van veen het pand huren, en begon hij de tabakswinkel.

de winkel werd hoofdzakelijk gerund door mevrouw van veen en haar dochters, en heeft bestaan tot 1973, mede door de opkomst van de supermarkten kreeg de winkel het zwaar te verduren, de winkel werd overgedragen aan wil storm, de familie van veen verhuisd naar de c. huygenslaan.

ik kwam zelf regelmatig in het winkeltje, en deed daar de boodschappen voor de mensen die zelf niet konden of wilden, hoewel er op kortere afstand de nodige winkeltjes waren die tabaksartikelen verkochten, zoals de gezusters ijzerman, kapper kok beide op het oude veer, kapper gerrit markesteijn in het bosch, was het toch altijd naar van veen in het westeind, want oma van veen was zo aardig, ik kreeg er altijd snoep.

mijn buurvrouw borsje, de schooljuffrouw rookte stiekum, en wilde dus zelf de winkels niet in, regelmatig was het, haal je even 3 pakjes stuyversant voor me, ik kreeg dan een rijksdaalder mee, het wisselgeld mocht ik houden, mijn vader rookte zo'n 7 dozen willem 2 sigaren in de week, dit kwam mooi uit voor mijn moeder, die sigarenbandjes spaarde, oma van veen bewaarde de (sier)bandjes die onder in de dozen zaten, en gaf ze mee, mijn opa die een tijd bij ons in huis is geweest pruimde nog, regelmatig moest ik pruimtabak halen, want van veen was de enige winkel die dit nog verkocht.

opa woonde zo als gezegd bij ons in, regelmatig vond mijn moeder van die uitgekauwde pruimtabak in een koffiekopje, vreselijk smerig natuurlijk, en opa krijgt een verbod om binnenshuis nog te pruimen, hij vond het maar niks, komt hij een week later naar me toe, met het verzoek een kwispedoor te halen, een wat opa ??  een kwispedoor, bij koos van veen weten ze wel wat dit is, nou schrijf het toch maar even op voor me, ik had echt het idee dat hij de boel aan het belazeren was, hij had wel meer van die geintjes, hij schrijft het op met een grote grijns op zijn gezicht, foute boel dacht ik, maar toch maar naar van veen gegaan, kom ik daar leg het briefje neer, en jawel er komt tot mijn verbazing een kwispedoor te voorschijn, ze bestonden echt, het was gelijk neem hem maar mee jochie, de mensen pruimen niet meer, en hij staat hier toch maar te staan.

op de terugweg naar huis, was het : opa je bent van mij, je hebt me al zo dikwijls geprobeert me in de maling te nemen, nu is het mijn beurt,  het was : opa ik heb er nog 1 gevonden, hij kostte maar een rijksdaalder omdat het de laatste was.