adriaan de marskramer

adriaan van wijngaarden een kleurrijk koopman

adriaan van wijngaarden van het westeind 111, de kleinste ondernemer in ons dorp, want wat had hij nu eigenlijk, een karretje en een hutkoffer waar zijn handel in zat, een paar schoenen om mee te lopen, en een pet die tevens opbergplaats was voor zijn papiergeld zoals guldenbiljetten en af en toe een biljet van een rijksdaalder, adriaan was marskramer, en een bekende verschijning in het dorp

waar hij wel groot in was, is het aantal bijnamen die hij had, iedereen had vroeger wel een bijnaam, denk maar eens aan : teun de snoek, aai de pekstok, gerrit de gaper, theo prik, gijs de pil,  adriaan overtrof ze allemaal met : adriaan koopje, het koffierund, de theeleut, adriaan de sjacheraar, en de mooiste adriaan sjeklaat ( papendrechts voor chocolade )

adriaan was zoals gezegd marskramer, hij verkocht de duvel en z'n ouwe moer, je kon het zo gek niet opnoemen of hij had het, artikelen zoals : drop, snoep, sjeklaat, koffie, thee, koekjes, maar ook schoensmeer, schoenveters, pannelappen, muizenvallen, pleisters, eigenlijk alles wat los en vast zat, en klein was, het moest immers in zijn karretje passen, hij kwam wekelijks bij zijn vaste klanten langs, dan was het bakkie koffie doen vrouwtje, de dorpsroddels werden uitgewisseld want hij wist alles van iedereen, en natuurlijk verkocht hij wat.

maar hoe kwam adriaan aan zijn handel, van een grossier of groothandel had hij nog nooit gehoord, hij struinde gewoon alle winkeliers af, een bekende uitspraak van hem was daar : koopje hoor ! zo haalde hij zijn handeltje bij de huizertjes, een klein kruidenierswinkeltje in het westeind, en bijna zijn overbuurman, het snoep haalde hij bij gijs de pil, toetebat werd weleens aangedaan, bij bakker boer op het oude veer dook hij regenmatig de bakkerij in, ze hadden regelmatig breuk en misbaksels, na behandeling door adriaan hadden de koekjes gewoon een andere vorm, en hij verkocht ze, bij boerman haalde hij ondermeer zijn sjeklaat weg, want ze hadden daar muizen in de opslag die regelmatig zaten te knabbelen, nee niet 1 reep maar van zo'n 30 of 40 een klein stukje en gewoon niet meer te verkopen, adriaan was er blij mee, hij haalde het papier eraf, het slechte stuk eraf, brak ze in stukken er verkocht ze, komt hij eens een keer bij gerrit de gaper, ofwel drogist gerrit punt, vraagt hij : gerrit heb je nog dochters voor me, waarop gerrit antwoordde, nee ik heb 1 zoon en die is niet van de verkeerde kant, adriaan bedoelde natuurlijk winkeldochters ( een product wat al lang in een winkel ligt, en eigenlijk nooit verkocht wordt ) hij haalde daar het nodige weg, want gerrit had altijd wel wat, zoals drop, pleisters, gerrit verzorgde regelmatig de ehbo kisten voor bedrijven, daar moest natuurlijk weleens wat vervangen worden, af en toe ging er eens een flesje eau de cologne mee, wat in de winkel gestaan had, als monster, er was dan een beetje uit, maar daar gaf adriaan niet om, het waren allemaal koopjes voor adriaan.

adriaan heeft nooit rommel verkocht, hij maakte gewoon gebruik van de mogelijkheden die er waren, de term : het geld ligt op straat, je moet alleen even bukken om het op te rapen, zou voor hem niet misstaan.