dekker de hooipers

wat vooraf ging

we gaan eerst een stukje terug in de tijd naar voor 1920, wat gebeurde er toen, de boeren moesten natuurlijk het hooi van het land af krijgen, dit was meestal geen probleem, men huurde een stel seizoenarbeiders in, die op het land het hooi verzamelden, vervolgens op een hooiwagen of praam gooiden, die dan meestal met paarden naar de boerderij gebracht werden, daar aangekomen werd het op de hooizolder opgeslagen, maar hooi neemt nogal wat ruimte in, dus wat had men bedacht, we laten er kinderen op springen, een boer had er zelf meestal wel een paar, vrienden en vriendinnen van de kinderen werden uitgenodigd om mee te doen met het zogenaamde hooispringen, dit met als doel om alles zo plat en klein mogelijk te krijgen in verband met ruimtegebrek, de kinderen deden dat graag, het was eigenlijk een sport op zich, en ze werden ervoor beloond in de vorm van fruit en eieren, men kreeg er regelmatig te drinken, maar het was slecht werk, het was niets anders dan stof happen, in papendrecht is hier een keer een ongeluk mee gebeurt, een jongen van een jaar of 10 sprong in een riek die men omhoog gestoken had en was op slag dood.

de hooiperserij

dekker had een manier bedacht dat dit allemaal niet meer nodig was, hij had een hooipersmachine laten bouwen, nu waren er zoveel met de naam dekker in papendrecht, dat hij al gauw de bijnaam had van dekker de hooipers, zelf woonde hij in het bosch nr 44, zijn bedrijf de hooiperserij was op bosch 89, een heel groot gebouw met een hooipers erin, het pand is later overigens overgenomen door arie van wijngaarden, die hier een garagebedrijf in begon.

het pand lag natuurlijk op een strategische positie, van de achterkant was het te benaderen via de haven en de gantel, die toen nog bevaarbaar was, de boeren uit de biesbos kwamen met een praam de rivier over, en konden zo aanmeren, de voorkant met zijn grote deuren, er kon gemakkelijk een paard en wagen in, was natuurlijk ideaal voor de boeren uit papendrecht.

het werd een druk bedrijf in het bosch , dat zeker in het hoogseizoen bijna full-time draaide, en ook werk verschafte aan tientallen papendrechters.

de polder in

dekker had goed opgelet, hij miste wat !  de boeren uit de biesbos kwamen met een praam, de boeren uit papendrecht met paard en wagen, maar waar bleef de rest van de alblasserwaard !  slim als hij was kocht hij een paar pramen, bouwde er een hooipers op, en ging gewoon bij de boeren op bezoek, paar loopplanken mee, 2 of 3 knechten op de praam, en voor de boerderij aanmeren, voor het sjouwvolk moest de boer zelf zorgen, een gat in de markt natuurlijk, je moet er alleen even opkomen.

de pramen lagen gemeerd in de latere pontonniershaven, en gingen vervolgens bij alblasserdam de sluis door, zo de alblas en de graafstroom op tot aan brandwijk en molenaarsgraaf toe, buiten het hoogseizoen werden de pramen verhuurd aan rietwerkers, die in papendrecht ook talrijk aanwezig waren.

met de moderniseren in de landbouw, ging ook het beroep van hooiperser verloren, dekker deed zijn schuur over aan arie van wijngaarden, die er een garagebedrijf begon, en ging van zijn oude dag genieten.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

17.12 | 18:31

Ik ben willie de jager bij onbekent

...
14.11 | 13:30

En dan heeeeel soms mochten we een (rubberen) smurfpopje kopen. Die stonden in de boekwinkel(?) Die waren relatief duur, minder educatief dan Okki, maar suuuper

...
14.11 | 13:25

Elke paar weken als we wat gespaard hadden, gingen we naar de boekwinkel (begane grond) en kochten we een boekje van Okki. Die trip met z'n drieën op de fiets!

...
13.11 | 13:50

aard voor een Fleischmann racebaan en mijn broertje kreeg houten blokken van 'Matador'. Een magisch moment (en naam) in mijn leven: RIETVELD

...
Je vindt deze pagina leuk